|
Heel lang heb ik gedacht dat liefde het kunstaas was van de grote aanjager, de
vleesgeworden oerwil, de motor van de schepping.
En wij maar bijten.
Tegenwoordig denk ik daar anders over, de liefde schept zelf. Maar laat ik me eerst even voorstellen. Een naam heb ik niet, want hoe ik heet doet er niet toe. Ze noemen me ik, op mijn verzoek. Ik ben een geboren portretschrijver en een geboren Groninger. Elkenain moar ook miezulf. Als portretschrijver ben ik vrij, ik heb het voor het zeggen, ik doe wat ik wil. Als ik het portret zou willen schrijven van een lieve jonge vrouw met de mooiste kont en het begripvolste hart van de wereld, die heel romantisch stierf nog voordat ze geboren werd en die vanuit gene zijde met haar dodelijke oogopslag en haar onaards grote invoelingsvermogen de allerburgerlijkste, trouwste en godvrezendste mannen tot overspelige gedachten bracht, zelfs mannen die nog nooit naar een vrouw verlangd hadden en kort daarvoor pontificaal in het homohuwelijk waren getreden, dan schreef ik dat portret, en ik zou het zo schrijven dat iedere vrouw zich in haar herkende en alle mannen verliefd op haar werden, want, en daar zit hem de kneep, ik zou die vrouw kennen, ik zou haar liefhebben, ze zou niet ongeboren mogen blijven.
Op een dag, nog niet zo lang geleden, vertelde een vrouw die haar bijtgrage hondje uitliet in het Vondelpark, mij een raar verhaal over twee ruziënde neefjes; het ene had rood haar, het andere een hazelip. Zij hadden iets heel ergs gehoord, het ergste wat je tegen iemand kunt zeggen. Sindsdien wil ik weten wat het ergste is wat je tegen iemand kunt zeggen.
Er kwam eens een trein aandenderen in mijn hoofd vanwege iets heftigs met de dood. Daar hoop ik het fijne nog over aan de weet te komen. Vera heette ze. Ik viel en riep ‘aa-aah'. In mijn hoofd zit ook Ilonka, een vrouw die altijd vragen stelt waarop je het antwoord niet weet. Bijvoorbeeld: kun je een vrouw begeren en zoeken die allang dood is? Ik wilde mijn leven met haar delen tot de dood ons zou scheiden, maar zij niet.
Verder ben ik wat in mijn bloed zit, wat ik heb meegemaakt, wat ik heb gedacht, wat ik heb gevoeld, wat ik heb verzonnen, wat ik heb geschreven, wat ik me voor kan stellen, wat ik vrees, wat ik verlang en wat ik heb waargenomen, wat ik... Ik leg mezelf maar één beperking op en dat is dat ik een man ben, zij het niet uit overtuiging. Ik hou van gestolde beweging, ook wel stilstand genoemd, maar dat vind ik niet het juiste woord, want stilstand is niet mooi terwijl een beweging die zich voor dood houdt, prachtig is.
<< Begin < Vorige 1 2 3 4 Volgende > Einde >> |