|
Persreacties op Uit het niets
Uit het niets stond op de longlist voor de Gouden Uil Literatuurprijs 2008, de belangrijkste prijs voor Nederlandstalige literatuur in België. Zie www.degoudenuil.be
1. NRC Handelsblad
Voor de volledige recensie kunt u hier een PDF downloaden
`De vergelijkingen waren bepaald vleiend na de verschijning van Wolfstonen(2003), de vorige roman van Herman Franke. Men zag in hem een Zuid-Amerikaans verteltalent. En een Griekse tragedieschrijver. En ook een verwant van Virginia Woolf, James Joyce, Hugo Claus, Thomas Rosenboom, Eugène Sue en Emile Zola. Zijn nieuwe roman Uit het niets, zal ook wel weer allerlei associaties oproepen. Te denken valt aan Moby Dick van Herman Melville, openingszin: ‘Call me Ishmael'. Franke begint zijn verhaal met de zin: ‘Noem me ik'. Hij plaatst zich daarmee in de traditie van de grote vertellers, maar die keert hij ook meteen weer half de rug toe, want het is natuurlijk raar om ik genoemd te willen worden. Gaandeweg dringt zich ook een overeenkomst op met James Joyce. Op grillige en fragmentarische toon geeft Franke een zelfportret als jongeman. We maken hem, in snelle afwisseling, mee als kind, als puber, als student, als minnaar en als volwassen schrijver.
(...)
Toch moet het autobiografische gehalte van de roman niet overdreven worden. De waarheidsgetrouwheid van veel episodes lijkt mij niet erg groot. Er is hier een man aan het woord die graag wil vertellen, maar ook weer niet honderduit. Hij houdt veel slagen om de arm. (...)
Steeds is er afwisseling tussen uit het leven gegrepen anekdote en lichtvoetige bespiegeling. Zoals de eerder genoemde voetballer maar achter de bal bleef aanjagen, zo jaagt de verteller in deze roman op een ogenschijnlijk weinig doelgerichte manier en in een ademloze stijl achter de grote levensvragen aan. Het zogeheten `sluiplopen'(...), een opwindend spel uit zijn jeugd, brengt hem op de kwestie van stilstand en beweging. Kan iets veranderen en tegelijk hetzelfde blijven? Kan iemand roerloos stilstaan en toch wel degelijk vooruitkomen? En is het mogelijk dat er van alles tegelijk gebeurt, hoewel wij dat niet kunnen waarnemen met onze beperkte blik? De meest uiteenlopende zaken zetten hier steeds tot vragen aan: een naaktschilderij van Courbet, vechtende honden in het park, het oplaten van een vlieger.
Lang niet alles is te begrijpen, zo moet wel een uitkomst zijn van dit boek, maar het klinkt nergens treurig, of zelfs maar gelaten. Op half montere, half bijterige toon, jongleert Franke hier met observaties, herinneringen, anekdotes, nieuwsfeiten, wereldraadsels, sociale vraagstukken en met verhalen overzichzelf en anderen.
(...)
In Uit het niets probeert Franke ruimte voor zichzelf te scheppen. (...) Noli me tangere. Dat zou het motto van deze levendige roman kunnen zijn. Raak me niet aan. Of, in de net iets snauwerige trant van Frankes moedertaal: ‘Blief van mie of'.
Janet Luis in NRC Handelsblad, 2 november 2007.
<< Begin < Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Volgende > Einde >> |