| Werk in uitvoering |
|
Hoe hoger hij kwam, hoe krachtiger werd de wind, die uit het noordwesten kwam. Op het vijfde dek, hield hij even halt. Aan de horizon waar zojuist nog de ondergaande zon had gestraald, zag hij nu een donkere wolkenmassa met rood gekleurde randen. Hij zette zijn koffer neer en keek over de railing naar het donkere water in de diepte. Toen hief hij zijn hoofd en wendde zijn gezicht af van de wind. Starend naar de torenhoge kranen in de haven die scherp afstaken tegen de avondlucht en op reusachtige vogels leken, dacht hij aan Frida, zoals ze de afgelopen nacht in zijn armen lag. Hij zag haar gezicht vertrekken in de grijns die bij haar opperste wellust hoorde. `Lieve-lief' zei ze terwijl hij de opwaartse druk van haar bekken voelde. Hij kuste haar en ze schonk hem een gelukzalige glimlach. Hoe verliefd had ze hem aangekeken voordat ze bevredigd wegzonk in een kort liefdesslaapje. Toen ze haar ogen weer opende, bewoog hij zich op het ritme van zijn eigen lust, maar zij duwde hem voorzichtig van zich af en richtte zich half op. Hij zag hoe het vrijlampje een prachtig strijklicht wierp op de zijkant van haar slanke lichaam. Ze boog zich voor-over en vond kussend en likkend zijn geslacht. Hij kwam al gauw klaar, voelde zich zoals altijd enkele seconden post-coïtaal bedroefd, maar hield daarna pijnlijk veel van haar. Haar dood zou zijn dood zijn. `Ik hou van je', fluisterde hij tegen de wind in. Zijn blik dwaalde af naar het zeegat waar de golven witte koppen hadden en een grote wereldstad op hem wachtte. Vage gedachten aan nachtclubs en avontuurtjes duwde hij onmiddellijk weg zodat oprechte tevredenheid over de kwaliteit van zijn relatie ongehinderd bezit van hem kon nemen. Er ontsnapte hem een krachtig, zelfvoldaan zuchtje, dat onmiddellijk verwaaide door een stevige rukwind. Hij ademde nog een keer diep in en uit en ving zijn zucht tussen zijn handen, zoals je een vlieg vangt. Tjak! Hebbes. Met theatraal vooruit gestoken lippen drukte hij een kus op zijn gekruiste duimen. Daarna zette hij zijn handen op een kier en liet zijn adem weer vrij. De lucht, dacht hij, zit vol zuchten van genot en ellende, van vrijheid en gevangenschap, van klaarkomen en sterven. De lucht zit vol geesten uit de fles. |