Biografie

De hoofdpersoon wordt in de eerste zin met een knipoog naar Moby Dick (‘Call me Ishmael’) geïntroduceerd als: `Noem me ik.’ Maar hoe vloeibaar dit ‘ik’ is, blijkt in het vervolg. Deze naam- en leeftijdloze man is een`schrijver van portretten’: klanten kunnen op bestelling een geschreven portret krijgen. Een lucratieve bezigheid, zo blijkt: veel mensen willen hun eigen levensverhaal nalezen. De hoofdpersoon blijkt daar het nodige bij verzinnen, maar ook veel klanten blijken het niet zo nauw te nemen met de waarheid. Het verzonnen ik en het werkelijke ik lopen steeds in elkaar over. Veel ruimte geeft Franke aan de jeugd- en adolescentenherinneringen van de ik-figuur: een dramatisch verlopen voetbalwedstrijd, een gewelddadig vriendje, de kunst van `het sluiplopen’, studentikoze gesprekken in de kroeg, zijn eerste vriendin. Terugkerend element is het samenvallen van de ‘ik’ met zijn omgeving, hetzij door bijna verdrinking, hetzij door seks, hetzij door iets overklaarbaars –allemaal opnieuw manifestaties van het diffuse ‘ik’: ‘Ik ben wat mij omringt’. Franke wil met deze romanreeks een groots romanuniversum scheppen. Daartoe verwijst hij niet alleen naar anderen maar ook naar zichzelf. Hij citeert uit eerder werk, laat personages uit vroegere romans terugkeren, wijst vooruit naar komende romandelen. Op half montere, half bijterige toon, jongleert Franke hier met observaties, herinneringen, anekdotes, nieuwsfeiten, wereldraadsels, sociale vraagstukken en met verhalen over zichzelf en anderen. De titel ontleent Franke aan de Griekse filosoof Parmenides, die beweerde dat er nooit iets ontstaat of verdwijnt. Alles gebeurt tegelijkertijd en niets kan uit het niets ontstaan.