Biografie

In het laatste verhaal in Notulen stelt een personage zich voor hoe ze hem bij de hemelpoort smeken om verhalen over het leven op aarde: ‘Zeg het ons, zouden ze roepen, bibberend van nieuwsgierigheid in hun schimmige velletjes, en hij zou hooguit kunnen navertellen wat hij de afgelopen weken in de kranten had gelezen en op de televisie had gezien. Nee, zouden ze roepen, wij willen geen verzinsels, geen luchtkastelen, geen leugens en bedrog, wij willen de alledaagse waarheden, wij smachten naar kennis van de grote momenten in de zogenaamd kleine levens, niet van de kleine momenten in de zogenaamd grote levens.’ Ze worden door de schrijver op hun wenken bediend, want Frankes romans spelen zich weldadig eigenzinnig af buiten de platgetreden mediawerkelijkheid en staan vol met grote momenten in kleine levens.
De ultieme stap naar vermenging van verbeelding en werkelijkheid zette Franke in Uit het niets , het eerste deel van zijn `doorlopende roman’  VOORBIJ IK EN WAARGEBEURD. De hoofdpersoon noemt zich `ik’ en wat hij in zijn jeugd meemaakt lijkt autobiografische bronnen te hebben maar tegelijkertijd speelt deze ik een rol in verhalen die overduidelijk verzonnen zijn en soms zelfs surrealistisch van aard zijn. ‘Je hebt dromen,’ zegt de ik-persoon tegen een journaliste in dit boek, die in Wolfstonen als personage fungeert: ‘Je hebt wat was, je hebt het hier en nu, je hebt de harde werkelijkheid waaraan je je lelijk kunt stoten. Daartussen ligt een oneindige vrijheid braak. Mijn vrijheid, de vrijheid van de lezers, zo ze willen. Voorbij waargebeurd. Alsmede het povere ik voorbij. Ik ben wat in mijn bloed zit, wat ik heb meegemaakt, wat ik heb gedacht, wat ik heb gevoeld, wat ik heb verzonnen, wat ik heb geschreven, wat ik me voor kan stellen, wat ik…’