Wolfstonen

Ze vreesden dat de buurt een grote aantrekkingskracht zou gaan uitoefenen op de jonge computermiljonairs, de handige profiteurs van de aandelenhausse en de hoogopgeleide tweeverdieners. Zij zouden de oude bewoners botweg uit hun buurt verdrijven naar sfeerloze, anonieme nieuwbouwwijken. In de oude winkelpanden kwamen dan galeries voor moderne kunst, de kroegen werden dure eetcafés en de oude huizen met hun bedsteden en granieten aanrechten zouden verbouwd worden tot chique appartementen, onbetaalbaar voor ‘de gewone man’.
De raadsleden drongen er bij het college van burgemeester en wethouders op aan het plan dusdanig te wijzigen dat de appartementen door de gemeente zelf geëxploiteerd zouden worden en alleen verhuurd mochten worden aan mensen beneden een bepaald, niet al te hoog inkomen, die dan van gemeentewege indien nodig een aanvullende huursubsidie konden krijgen. Het college liet zich niet vermurwen, waarbij het spookbeeld van een verliesgevende exploitatie niet eens doorslaggevend was.
‘Op een bijenkorf komen hoe dan ook geen strontvliegen af, ook niet op een afgeprijsde bijenkorf,’ zei de burgemeester. Zijn uitspraak haalde, enigszins uit zijn verband gerukt, de kranten, wat tot kwade reacties in de buurt leidde waarover weer stukken in de kranten verschenen. De buurtbewoners vonden dat de burgemeester hen voor strontvliegen had uitgemaakt. De burgemeester bood zijn excuses aan voor zijn ongelukkige beeldspraak. Hij had nooit bedoeld de buurtbewoners met strontvliegen te vergelijken, zei hij. Op wat hij wel bedoeld had, wierp zijn verontschuldiging geen licht. In de buurt had hij het voorgoed verbruid.
Sindsdien heette het gebouw ‘de bijenkorf’. Naar de bijen werd nieuwsgierig en argwanend uitgekeken. Onbevangen was niemand meer, afgezien van de acht bewoners die een halfjaar later hun appartement betrokken: twee echtparen – Ista en Angolie en de heer en mevrouw Forstenalt – in de grote appartementen op de begane grond, twee mannen – Vartor en Elto – en twee vrouwen – Paulice en Mernin – in de kleinere appartementen op de twee bovenverdiepingen.
‘We lijken wel een acht zonder stuurman,’ zou een van hen later zeggen.