| Notulen |
|
2. In het Italiaanse restaurant zaten ze zwijgend tegenover elkaar te wachten op de pizza's. Jaren geleden moest iemand in een opwelling zijn naamkaartje tussen een naad van de houten lambrizering gestoken hebben. Anderen deden hem na. Nu puilden ze bij bosjes uit alle naden. De eerste kaartjes waren al op weg naar het plafond, als de uitlopers van een klimop. Ze hield niet van agressieve klimplanten sinds ze haar ouder-lijk huis met zijn mooie donkerrode bakstenen overwoekerd had zien worden. Ze wist nog hoe haar vader de stekjes had ge-plant. `Gaat heen en vermenig-vul-digt u,’ zei hij lachend terwijl hij ze het eerste water in de volle grond gaf. Ter bescherming zette hij wat kippengaas om ze heen. Eerst had ze krijtstreepjes op de muur gezet om te zien hoe snel het ging, maar al gauw groeide de klimop haar boven het hoofd. In het jaar dat ze voor het eerst men-stru-eerde, wierpen voor-lijke takjes een brutale blik door haar slaapkamerraam op de tweede verdie-ping. Vanbinnenuit leken de hechtvezeltjes op de pootjes van een enorme duizend-poot. Eng. Daarna moest ze elk jaar haar raam vrij snoeien. Op de dag na haar ontmaag-ding door een haastig schoolvriendje, bereikte de klimop de dak-goot. Het had iets drei-gend. Als je even niet oplette, drongen de takjes zelfs het huis binnen. `Leuk,’ zei hij. `Die kaartjes.’ Brutaal trok hij er enkele tussen uit en lachte minzaam om wat erop stond. `Garden Centre... dat stomme Engels...alsof tuincentrum niet goed genoeg is.’ Ze wist dat hij nu zijn eigen kaartje zou pakken, waarop alleen zijn naam stond, zonder titel, zonder beroep, want dat vond hij chiquer. Hij had haar ook zo'n kaartje gegeven na hun eerste avondje uit. Ze had hem na dagen aarzelen opgebeld. Toen ze aan zijn stem hoorde hoe vanzelf-sprekend hij dat vond, wist ze al dat ze niet tegen hem op kon. Hij zou haar annexeren. Het moet haar aangetrokken hebben, want ze verzette zich niet. Zijn invloed had zich inderdaad langzaam maar zeker over haar hele persoon uitge-strekt. Hij pakte zijn naamkaartje, ging op een stoel staan en reikte zo ver mogelijk naar het plafond. Boven de andere kaartjes stak hij zijn kaartje in de verticale naad. Hij keek triomfan-telijk lachend op haar neer. Ze werd bang. Vandaag of morgen zou hij haar schuilplaats berei-ken. |