| Nieuws van de nacht |
|
Ik was iets ouder dan zij, maar ook een kind, toen mijn vader het probeerde uit te leggen. Vonne stond in de keuken. Ze deed alsof ze me niet hoorde. Ik greep haar van achteren vast en duwde mijn kruis tegen haar billen, terwijl ik haar in de nek zoende. In de glimmende tegels boven het aanrecht zag ik mezelf vastberaden glimlachen. Een blonde, slordig gekapte man met zachte, blauwe ogen en regelmatige gelaatstrekken. De kraag van zijn regenjas stond nonchalant omhoog. Een gewone man, in de kracht van zijn leven, niets bijzonders. Alleen zijn lippen waren ongewoon. Zijn lippen, ik had dat al vaker vastgesteld, zijn lippen hadden een lijdende vorm. "Lekker eten, naar de film, wat drinken in de kroeg, morgen vrij", zei ik in mijn handen wrijvend. En vrolijk cynisch: "Waar heb ik het allemaal aan te danken? Ik, eenvoudige stukjesschrijver, tobberige minnaar van een veel te mooie, lieve vrouw". Vonne zoende mijn lippen. Ik omarmde haar overdreven hartstochtelijk. "Aan jezelf. In ieder geval niet aan je jeugd", antwoordde ze toen ik haar weer losliet. Vonne was een meester in het geven van onverwacht ernstige antwoorden op een vrolijke, onbezorgde toon. Ze glimlachte vriendelijk, pesterig vriendelijk. "Waarom niet", zei ik. "Daar heb ik jou toch ook aan te danken?". "O, ja? Dat wist ik niet. Ik dacht dat ik jou versierd had. Je wou toch helemaal niet?". Dat bedoel ik dus, dacht ik en voelde me een zak. "Ja, dat was een goede versiertruc van me". "Hoor hem!". Ze keek me aan en zoende me in de lucht voordat ze de deksel van een pan lichtte en keurend naar de inhoud keek. "Dat ziet er goed uit", zei ze.
*
|