De verbeelding

Het juryrapport

Juryrapport AKO-literatuurprijs 1998  (uitgesproken door juryvoorzitter Jan Hoet tijdens TV-uitzending van `De Plantage’, 25 oktober 1998)

Er zijn jury’s die na afloop van hun –zware- arbeid verkondigen dat het een mager jaar is geweest. Deze jury gelooft niet zo in vette en magere jaren; schoonheid en wijsheid wegen immers niets: ze leven in `the eye of the beholder´.
Toen de zes boeken eenmaal waren genomineerd, begon toch het wikken en wegen. En welke argumenten wegen dan het zwaarst? Feit is dat alle zes de boeken veel vlees op de botten hebben. De tastende hand van deze jury is wellicht zichtbaar in een keuze voor literatuur waarin verbeelding, sensibiliteit en een hang naar lichamelijkheid samengaan. Alle zes de boeken zijn typische producten van de verbeelding, en daarin streng; tegelijkertijd bezitten ze alle zes iets exuberants en speels. Alle zes de boeken zijn volstrekt eigenzinnig, voorbeeldloos. Al deze zeven schrijvers zijn ook taalliefhebbers –dat verbaast u misschien niet, maar als je de oogst van een heel jaar overziet, verleen je het predikaat `taalliefhebber’ beslist niet aan alle schrijvers. Elk van deze boeken onderscheidt zich door stijl, door spel met stijlen, vormen, taal. In alle zes de boeken zit ook iets lustigs; ze zijn geschreven met het plezier waarmee de schilder zijn model beschouwt. Het plezier van de maker.
Wat geeft dan toch de doorslag? Is het de uitzonderlijke wijze waarop in de novelle Over het water afgewogenheid en bevlogenheid samengaan? en roeiers bijna vliegers worden? vliegers door de tijd?
Of is het de verve waarmee in de roman De verbeelding het standbeeld van Nelson tot leven wordt gewekt? en twee eeuwen geschiedenis als het ware uit zijn poriën komen?
De fascinatie van Frans Denissen voor de miskende schrijver Baillon is overgeslagen op de jury. Ook deze Baillon werd een levende gestalte, zelfs een woekerende, die zich invreet in je geest.
Van een enorme literaire vraatzucht getuigt al decennia lang het oeuvre van Willem Brakman. Wie zich door hem laat meeslepen beleeft al bij het lezen van een enkel boek verschillende zondvloeden. De lezer wordt overspoeld door taal. Alleen wie ogen en mond wijd open houdt, komt daar heelhuids en gezuiverd uit.
Waar in de roman Zwart glas de woeste realiteit van Ierland wordt doorschouwd, en wel op een wijze die waarop James Joyce zijn pijp of sigaar voor uit de mond zou nemen, daar ontstaat in de essaybundel Steden een kaleidoscopisch beeld van een Europa waarin afbraak en opbouw om de voorrang vechten. Hertmans is een zo fijnzinnige slenteraar dat vermoedelijk zelfs de grote Walter Benjamin wel eens een middagje met hem zou willen flaneren.
Deze jury bestaat uit verschillende zielen;zijn die alle tegelijk te bevredigen door één boek? Ja. Het oordeel van de jury is unaniem, zonder morren tot stand gekomen. De jury is zeer gevoelig voor de brille van Bleker & Elmendorp, H.M. van den Brink en Brakman, ook zeer getroffen door de rijke verbeeldingskracht van Hertmans, Denissen en Franke. Het bewonderenswaardige taalgevoel van Van den Brink, Hertmans en Brakman woog uiteindelijk toch minder zwaar dan de literaire moed van de schrijver die als Flaubert de sprong waagt naar het uiterste. Naar waar de literatuur moet beginnen en waar die nooit ophoudt, naar de brond van alles: de verbeelding.
De Generale Bank Literatuurprijs 1998 gaat naar De verbeelding, de roman van Herman Franke.