|
`Dat zal ik,´ antwoordde hij. Hij was een rijke
veeboer die zelden meer dan honderd woorden per dag sprak. De gekke koeienziekte
had zijn karakter nog eens extra gestaald. Op elke geruimde koe zwoer hij wraak,
ook al wist hij niet wie of wat zijn wraak zou moeten treffen. Toen men hem op
de hoogte bracht van wat zijn zoon had gedaan, zei hij: `Wie aan mijn jongen
komt, komt aan mij.´ Meer zei hij niet, die dag. De volgende dag was nog maar
drie uren oud toen hij zichzelf in de duisternis van zijn slaapkamer hardop
beloofde zijn jongen van alle blaam te zuiveren. `De jongen wordt niet geruimd’,
voegde hij er grimmig aan toe. Hij zag de grijpers met al die koeienkadavers
haarscherp voor zich en zei: `Niet de jongen.´.Het mooie meisje heette
Saskia. Haar vriendje durfde na vijf dagen nog niet in een spiegel te kijken
omdat hij had gemerkt dat haar blik steeds afdwaalde als ze in het ziekenhuis op
bezoek kwam en dat ze wit wegtrok als ze hem uit beleefdheid of uit medelijden
toch even recht aankeek. Hij heette Frank. `Waarom kijk je me niet aan?´ vroeg
hij op de zesde dag. Ze begon te huilen en keek hem aan, maar door haar tranen
zag ze hem gelukkig maar heel vaag. Toen haar tranen gedroogd waren, staarde ze
naar hoe ze haar handen wrong in haar schoot.`Mijn vader en moeder
zeggen dat ik dit niet aankan,´ zei ze. `En wat vind je er zelf
van?´ vroeg hij.`Ik weet het niet…
dus,´ zei ze. `Wat
dus?´
Ze haalde haar schouders op. Hij had nog nooit een meisje gezien dat
zo mooi haar schouders kon ophalen. `Ga dan maar weg,´ zei
hij. Ze stond op. Bij de deur keek ze niet om. Op de gang dacht ze: ik was niet
eens echt verliefd op hem…dus…shit.Frank pakte uit het
nachtkastje het spiegeltje dat een verpleegster daar had neergelegd met het
advies er niet te lang mee te wachten. `Anders kun je later niet zien hoe we je
opgeknapt hebben,´ had ze gezegd.Daarna keek hij een dag
lang naar het plafond en zei niets, ook niet tegen zijn vader, moeder, broer en
zus.
|