Columns

Op Frankes columns kunt u reageren

Ik zal u missen

Het klimaat verandert. Dit is mijn laatste column voor Cicero. De eerste zin van mijn eerste column luidde: ‘Met De familie Moskat van Nobelprijswinnaar Isaac Bashevic Singer is het in Nederland nooit wat geworden.’ De laatste zin komt straks. Tussen die twee zinnen in heb ik zes jaar lang geprobeerd te laten zien dat literatuur geen navelstaarderig produkt is voor wereldvreemde leesjunks, maar het culturele hart van een samenleving die niet bang is voor zichzelf, een doodweermiddel tegen de wurgende werkelijkheidsdruk van de massamedia, een spiegel van het collectieve geweten, ja, het enige zuiver onbespoten voedsel voor de geest.Wat een grote woorden, Franke. Ja, maar dat mag in een afscheidscolumn. ’t Kon minder. Met dat mooie understatement uit mijn Groningse moedertaal durf ik mij zelfs wel op de borst te kloppen. De literatuur is mij lief. Ik vind het leuk om literatuur vanuit alle hoeken en standen te beschouwen en te bestoken. Ik prees haar  in dit hoekje bijvoorbeeld aan als afrodisiacum, ik gaf literair uiting aan het trieste innerlijk van een koperen deurknop, ik hekelde te pas en te onpas de opmars van boerenpummels en vreemdelingenhaters in de politiek, ik maakte me sterk voor literatuur met stekels, ik vroeg u wat voor boek u mee zou willen nemen in de doodskist, ik wilde weten wat voor u het verschil is tussen literatuur en lectuur en ik bracht de wereldliteratuur in verband met voetballers die een kruisje slaan voordat ze het veld betreden.Het verbaasde ook mezelf dat de literatuur oog heeft voor elke actualiteit, als je maar bereid bent met haar mee te kijken. Daardoor begreep ik beter waarom ik zo van literatuur hou en waarom ik mezelf als schrijver en lezer in haar heb verloren. Hopelijk heb ik iets van dat begrip en die liefde op u over weten te brengen.Soms werd u kwaad en schold u mij uit voor elitaire massahater, lid van de vreselijke linkse kerk, of voor een schrijver van niks die het zelfs wel eens presteerde om ik word met dt te schrijven, maar meestal voegde u in uw reacties iets waardevols toe aan wat ik had geschreven of zei u gewoon dat u van mijn stukje had genoten. Ik durf in dit laatste stukje wel te bekennen dat die laatste reactie mij verreweg het liefst was. Ik ben ook maar een mens. En niets menselijks is de literatuur vreemd, wat fanatieke niet-lezers nooit zullen weten. Wilt u mij bedanken? Liever geen bloemen, maar stem op mij http://www.hetbesteboek.nl/ U bent streng en u weet veel, merkte ik. Elke fout of elke onzorgvuldigheid valt u op, op elke vraag hebt u wel een antwoord. Ik zal u missen. Maar ik ben ook wel een beetje blij dat ik van u af ben, want u was een keiharde baas, zeg maar gerust een slavendrijver. Een griepje of enkele baaldagen kon ik mij nooit veroorloven. Dit stukje moest er komen, weer of geen weer, zin of geen zin. Vaak zat ik midden in mijn eigen verhalen die zich afspeelden in werelden waar u op dat moment geen weet van wilde hebben.Soms wist ik me niet te beheersen en sleepte ik u gewoon die verhalen binnen, of u daar nu zin in had of niet. Vaak had u dat niet eens in de gaten, wat mij ervan overtuigde dat de scheiding tussen fictie en werkelijkheid zo dun is als een maagdenvlies, dat zonder bloedverlies gescheurd kan worden en met groot gemak ook weer hersteld. Alleen dwaze fundamentalisten hechten er aan dat het heel blijft en alleen door hen tot bloedens toe doorboord mag worden.Ik wil niet zeggen dat schrijven gelijk staat met het bedrijven van de liefde, want dat is romantische kitsch, maar na het schrijven is er niets op tegen er zo over te denken. Zo heb ik altijd gevonden dat als dit stukje klaar was, u er zwanger van zou moeten raken. Nu gaat u uw weg en ik de mijne. Zullen we er een drama van maken? Dat kan, het is een fluitje van een cent. De afgelopen zes jaar kon ik geen boek lezen zonder aan u te denken. Bij elke oprisping van de actualiteit, dacht ik aan u. Ik weet zeker dat ik straks ontwenningsverschijnselen krijg, die zelfs niet door Theodor Dalrymple, de Engelse profeet van neo-realistisch verdwaasde neo-conservatieven, afgedaan kunnen worden als het toneelspel van een weke junk. Maar ze zullen overgaan. Nee, we moeten er geen drama van maken. Het is ook een bevrijding. Ik werk aan een roman die mij los van de grond wil. Mijn laatste zin is dan ook de laatste zin van mijn vorige column over de schoonheid van het schansspringen, die weer een regel van Achterberg is. De wereld bloeit. De dood is opgeheven.

© Herman Franke, uit: de Volkskrant (Cicero), 17 januari 2007